
PROMAN®
Herbicide, suspensie concentraat (SC) op basis van metobromuron (500 g/L)
Vergunningsnummer voor parallelhandel: 1405P/P
Inhoud verpakking: 1 L - 5 L - 10 L - 15 L
® Gedeponeerd handelsmerk van Belchim
Gebruik en doses
Aardappelen (open lucht), aardappelpootgoedteelt (open lucht): Toepassingsstadium: voor-opkomst (BBCH 00-09), na aanaarden.
Opmerking: de behandeling mag niet meer gebeuren wanneer de opkomende aardappelen de grond beginnen open te breken. Max. 1 toepassing/teelt.
Ter bestrijding van eenjarige grasachtige onkruiden en eenjarige tweezaadlobbige onkruiden, toe te passen op naakte grond.
Dosis: 3 - 3,5 L/ha of 4 L/ha voor kleihoudende en humusrijke gronden, 1 toepassing.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 20 m met klassieke techniek.
Soja (drooggeoogst, zonder peul) (open lucht): Toepassingsstadium: voor-opkomst (BBCH 00-09).
Ter bestrijding van eenjarige tweezaadlobbige onkruiden.
Dosis: 3 L/ha, 1 toepassing.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 5 m met klassieke techniek.
Gevarenaanduidingen
H351: Verdacht van het veroorzaken van kanker.
H373: Kan schade aan organen veroorzaken bij langdurige of herhaalde blootstelling.
H410: Zeer giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen.
Aanvullende informatie
EUH208: Bevat metobromuronen en 1,2-benzisothiazool-3(2H)-on. Kan een allergische reactie veroorzaken.
EUH401: Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor de menselijke gezondheid en het milieu te voorkomen.
Veiligheidsaanbevelingen
P280: Beschermende handschoenen, beschermende kleding en gelaatsbescherming dragen.
P391: Gelekte/gemorste stof opruimen.
P308+P313: NA (mogelijke) blootstelling: een arts raadplegen.
Andere vermeldingen
Product bestemd voor beroepsgebruik.
SP1: Zorg ervoor dat u met het product of zijn verpakking geen water verontreinigt.
SPe2: Om de waterorganismen te beschermen mag het product niet gebruikt worden op erosiegevoelige percelen. Voor het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijke Gewest geldt dit voor percelen geklasseerd als ‘sterk erosiegevoelig”. Voor het Waals Gewest komt dit overeen met percelen geïdentificeerd met een R-code. Indien voorzorgsmaatregelen tegen erosie zoals vastgelegd in de gewestelijke wetgevingen toegepast werden is het gebruik wel toegestaan.
SPe3: Om in het water levende organismen te beschermen mag u in een bufferzone ten opzichte van oppervlaktewater niet behandelen (zie risicobeperkende maatregelen).
SPa1: Om resistentieopbouw te voorkomen moet u dit product afwisselen met producten met een ander werkingsmechanisme. De HRAC code voor het werkingsmechanisme van de werkzame stof is C2.
De toegelaten dosis is de laagste dosis waarbij de beste werkzaamheid wordt gewaarborgd in de meeste gevallen. Deze dosis kan worden verlaagd onder verantwoordelijkheid van de gebruiker. Bij de verlaging van de dosis is het niet toegelaten het maximale aantal toepassingen te verhogen, noch de wachttermijn(en) te verkorten.
Fytotoxiciteit is niet uit te sluiten. Om overschrijding van de MRL te voorkomen moet een tijdspanne van minstens 365 dagen gerespecteerd worden tussen de laatste toepassing en het zaaien of planten van de volgende teelt, met uitzondering van bieten, granen, pseudogranen, maïs, suikermaïs, koolgewassen, bladgroenten, babyleaf, stengelgroenten, en aromatische en medicinale kruiden, waarvoor een wachttermijn van 120 dagen vereist is.
Vernietiging van lege verpakkingen en spuitresten

De zorgvuldig geledigde verpakking van dit product dient met water gespoeld te worden, ofwel manueel (enkele opeenvolgende malen schudden) ofwel met behulp van een reinigingssysteem met water onder druk dat op het spuittoestel geplaatst is. Het bekomen spoelwater moet in de spuittank worden gegoten. De aldus gespoelde verpakking moet door de gebruiker ingeleverd worden op een daartoe voorzien inzamelpunt. Spuitoverschotten ca. 10 maal verdunnen en verspuiten op het reeds behandeld perceel volgens de gebruiksvoorschriften. Vijvers, waterlopen of grachten niet vervuilen met het product of de lege verpakking. In geen geval mag de lege verpakking opnieuw gebruikt worden voor andere doeleinden. Om spuitoverschotten na de behandeling te vermijden, moet de benodigde hoeveelheid spuitvloeistof nauwkeurig worden berekend aan de hand van de te behandelen oppervlakte en van het debiet per hectare.
Raadgevingen voor de eerste hulp
Algemeen: NA (mogelijke) blootstelling: een arts raadplegen.
Na inademing: de persoon in de frisse lucht brengen en zorgen dat deze gemakkelijk kan ademen.
Na contact met de huid: de huid met overvloedig water wassen.
Na contact met de ogen: als voorzorgsmaatregel de ogen met water uitspoelen.
Na opname door de mond: bij onwel voelen een antigifcentrum of een arts raadplegen.
Telefoon Antigifcentrum: 070/245 245.
Advies voor de geneesheer
Symptomen/effecten: methemoglobinemie.
Symptomatische behandeling.
Waarborg
Daar de bewaring, het transport en gebruik ervan aan onze controle ontsnappen en gezien wij evenmin alle omstandigheden kunnen voorzien, wijzen wij elke verantwoordelijkheid voor de bereikte resultaten en/of voor elke schade die zou voortvloeien uit de bewaring, het transport of de toepassing ervan, van de hand.
