DEVRINOL®
Herbicide, suspensieconcentraat (SC) op basis van napropamide (450 g/L)
Vergunningsnummer voor parallelhandel: 30228P/P
Inhoud verpakking: 1 L - 5 L - 10 L - 20 L
® Gedeponeerd handelsmerk van UPL Holdings Coöperatief U.A.
Gebruik en doses
Aardbeiplanten: Gewastype: productieveld
Locatie van de behandeling: open lucht & onder bescherming
Toepassingsstadium: toepassen 3 weken na het uitplanten in de klassieke teelt (uitplanten in augustus met of zonder zwarte plastiek) OF
1 week na het uitplanten in latere teelt en doordragers, enkel de plukpaden behandelen (uitplanten in apri-mei).
Risicobeperkende maatregelen (open lucht): minimale bufferzone van 1 m ten opzichte van oppervlaktewater.
Ter bestrijding van: Onkruiden:
Toepassingstechniek: bespuiting.
Dosis: 1 L/ha, 1 tot 2 toepassingen met een interval van minimum 7 dagen tussen de 2 toepassingen. In menging met 160-340 g fenmedifam/ha.
Aardbeiplanten: Gewastype: selectie– en vermeerderingsveld
Locatie van de behandeling: open lucht
Toepassingsstadium: 3 weken na het planten.
Risicobeperkende maatregelen: minimale bufferzone van 1 m ten opzichte van oppervlaktewater.
Ter bestrijding van: Onkruiden:
Toepassingstechniek: bespuiting.
Dosis: 1 L/ha, 1 tot 2 toepassingen. In menging met 160-340 g fenmedifam/ha.
Broccoli, bloemkool (witte en groene), spruitkool, sluitkool (kabuiskool, witte, rode, savooi– en spitskool): Gewastype: alle
Locatie van de behandeling: open lucht
Toepassingsstadium: voor het planten, max. 1 toepassing/teelt.
Risicobeperkende maatregelen: minimale bufferzone van 1 m ten opzichte van oppervlaktewater.
Ter bestrijding van: Straatgras en eenjarige tweezaadlobbige onkruiden:
Toepassingstechniek: bespuiting.
Dosis: 2,5 L/ha, 1 toepassing. Oppervlakkig in te werken.
Winterkoolzaad en raapzaad: Gewastype: alle
Locatie van de behandeling: open lucht
Toepassingsstadium: voor het zaaien.
Risicobeperkende maatregelen: minimale bufferzone van 1 m ten opzichte van oppervlaktewater.
Ter bestrijding van: Onkruiden:
Toepassingstechniek: bespuiting.
Dosis: 2 - 2,5 L/ha, naargelang het gehalte aan klei en humus in de bodem. 1 toepassing. Oppervlakkig in te werken.
Sierbomen en –heesters: Gewastype: alle
Locatie van de behandeling: open lucht
Toepassingsstadium: vegetatieve rustperiode.
Risicobeperkende maatregelen: minimale bufferzone van 1 m ten opzichte van oppervlaktewater.
Ter bestrijding van: Straatgras en eenjarige tweezaadlobbige onkruiden:
Toepassingstechniek: bespuiting.
Dosis: 2,5 L/ha, 1 toepassing. Oppervlakkig in te werken.
UITBREIDING VAN DE TOELATING VOOR KLEINE TOEPASSINGEN (Artikel 51 van Verordening (EG) nr. 1107/2009):
Voor onderstaande uitbreidingen valt het gebruik van het product onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Omdat er slechts beperkte werkzaamheids– en fytotoxiciteitsgegevens werden geëvalueerd, wordt er aangeraden een test uit te voeren voordat het product wordt gebruikt.
Druivelaars (voor wijnproductie), druivelaars (tafeldruiven), kiwibes: Gewastype: alle
Locatie van de behandeling: open lucht
Toepassingsstadium: november tot maart. Max. 1 toepassing/12 maanden
Risicobeperkende maatregelen: minimale bufferzone van 1 m ten opzichte van oppervlaktewater.
Ter bestrijding van: Straatgras en eenjarige tweezaadlobbige onkruiden:
Toepassingstechniek: bespuiting.
Dosis: 2,75 L/ha, 1 toepassing. Behandeling in de rijen.
Radijs: Gewastype: alle
Locatie van de behandeling: onder bescherming
Toepassingsstadium: voor het zaaien, max. 1 toepassing/teelt.
Risicobeperkende maatregelen: geen bufferzone ten opzichte van oppervlaktewater.
Ter bestrijding van: Straatgras en eenjarige tweezaadlobbige onkruiden:
Toepassingstechniek: bespuiting.
Dosis: 2,5 L/ha, 1 toepassing. Oppervlakkig in te werken.
Koolraap, raap (stoppelraap, meiraap), Chinese kool, paksoi, tatsoi en komatsuna, boerenkool (krulkool, palmboerenkool), koolrabi (koolraap-boven-de-grond), raapstelen: Gewastype: alle
Locatie van de behandeling: open lucht
Toepassingsstadium: voor het zaaien/planten, max. 1 toepassing/teelt.
Risicobeperkende maatregelen: minimale bufferzone van 1 m ten opzichte van oppervlaktewater.
Ter bestrijding van: Straatgras en eenjarige tweezaadlobbige onkruiden:
Toepassingstechniek: bespuiting.
Dosis: 2,5 L/ha, 1 toepassing. Oppervlakkig in te werken.
Veldsla: Gewastype: alle
Locatie van de behandeling: onder bescherming
Toepassingsstadium: voor het zaaien, max. 1 toepassing/teelt.
Risicobeperkende maatregelen: geen bufferzone ten opzichte van oppervlaktewater.
Ter bestrijding van: Straatgras en eenjarige tweezaadlobbige onkruiden:
Toepassingstechniek: bespuiting.
Dosis: 1,6 L/ha, 1 toepassing. Oppervlakkig in te werken.
Veldsla, babyleaf (geoogst tot het stadium 8 bladeren), rucola: Gewastype: alle
Locatie van de behandeling: open lucht
Toepassingsstadium: voor het planten/voor het zaaien - voor opkomst, max. 1 toepassing/teelt.
Wachttijd voor de oogst (open lucht): 26 dagen.
Risicobeperkende maatregelen: minimale bufferzone van 1 m ten opzichte van oppervlaktewater.
Waarschuwing: om gewasbeschadiging te voorkomen is het aangeraden een test te doen op enkele planten alvorens het volledige veld te behandelen.
Ter bestrijding van: Straatgras en eenjarige tweezaadlobbige onkruiden:
Toepassingstechniek: bespuiting.
Dosis: 1,6 L/ha, 1 toepassing. Oppervlakkig in te werken.
Stamslabonen (prinsessen-, snijboon) (groengeoogst, met peul), soja/edamame (groengeoost, met peul): Gewastype: alle
Locatie van de behandeling: open lucht
Toepassingsstadium: voor opkomst, max. 1 toepassing/teelt.
Risicobeperkende maatregelen: minimale bufferzone van 1 m ten opzichte van oppervlaktewater.
Ter bestrijding van: Straatgras en eenjarige tweezaadlobbige onkruiden:
Toepassingstechniek: bespuiting.
Dosis: 1,6 L/ha, 1 toepassing. Oppervlakkig in te werken.
Deder: Gewastype: alle
Locatie van de behandeling: open lucht
Toepassingsstadium: voor het zaaien, max. 1 toepassing/teelt.
Risicobeperkende maatregelen: minimale bufferzone van 1 m ten opzichte van oppervlaktewater.
Ter bestrijding van: Onkruiden:
Toepassingstechniek: bespuiting.
Dosis: 2 L/ha, 1 toepassing. Oppervlakkig in te werken.
Sierplanten (niet houtachtig): Gewastype: alle
Locatie van de behandeling: open lucht
Toepassingsstadium: vegetatieve rustperiode of voor het planten, max. 1 toepassing/12 maanden.
Risicobeperkende maatregelen: minimale bufferzone van 1 m ten opzichte van oppervlaktewater.
Ter bestrijding van: Straatgras en eenjarige tweezaadlobbige onkruiden:
Toepassingstechniek: bespuiting.
Dosis: 2,7 L/ha, 1 toepassing. Oppervlakkig in te werken.
Bol– en knolgewassen, rhizomen (sierplanten): Gewastype: alle
Locatie van de behandeling: open lucht
Toepassingsstadium: na het planten, max. 1 toepassing/12 maanden.
Risicobeperkende maatregelen: minimale bufferzone van 1 m ten opzichte van oppervlaktewater.
Ter bestrijding van: Straatgras en eenjarige tweezaadlobbige onkruiden:
Toepassingstechniek: bespuiting.
Dosis: 2,5 L/ha, 1 toepassing.
Waarschuwing: het gebruik in sierplanten werd toegestaan op basis van proeven uitgevoerd met knolbegonia (Begonia spp.).
Bol– en knolgewassen, rhizomen (sierplanten): Gewastype: alle
Locatie van de behandeling: open lucht
Toepassingsstadium: vegetatieve rustperiode of voor het planten, max. 1 toepassing/12 maanden.
Risicobeperkende maatregelen: minimale bufferzone van 1 m ten opzichte van oppervlaktewater.
Ter bestrijding van: Straatgras en eenjarige tweezaadlobbige onkruiden:
Toepassingstechniek: bespuiting.
Dosis: 2,7 L/ha, 1 toepassing. Oppervlakkig in te werken.
Gevarenaanduidingen
H411: Giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen.
Aanvullende informatie
EUH208: Bevat 1,2-benzisothiazool-3(2H)-on. Kan een allergische reactie veroorzaken.
EUH401: Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor de menselijke gezondheid en het milieu te voorkomen.
Andere vermeldingen
Product uitsluitend bestemd voor PROFESSIONEEL gebruik.
SP1: Zorg ervoor dat u met het product of zijn verpakking geen water verontreinigt.
SPa1: Om resistentieopbouw te voorkomen moet u dit product afwisselen met producten met een ander werkingsmechanisme. De HRAC code voor het werkingsmechanisme van de werkzame stof van dit product is 0.
SPe3: Om in het water levende organismen te beschermen mag u in een bufferzone ten opzichte van oppervlaktewater niet behandelen (zie risicobeperkende maatregelen).
SPo: Na de behandeling de percelen/oppervlakken pas opnieuw betreden nadat de spuitvloeistof is opgedroogd.
De toegelaten dosis is de laagste dosis waarbij de beste werkzaamheid wordt gewaarborgd in de meeste gevallen. Deze dosis kan worden verlaagd onder verantwoordelijkheid van de gebruiker. Bij verlaging van de dosis is het niet toegelaten het maximale aantal toepassingen te verhogen, noch de wachttermijn(en) te verkorten.
Draag steeds basisbeschermingskledij die armen en benen bedekt (indien geen specifieke beschermkledij vereist is), chemisch bestendige handschoenen en vloeistofdichte schoenen of laarzen bij het hanteren en toepassen van gewasbeschermingsmiddelen.
Om overschrijding van de MRL te voorkomen, moet een wachttermijn van minstens 60 dagen gerespecteerd worden tussen de laatste toepassing en het zaaien of planten van volggewassen met uitzondering van bolgroenten, wortel– en knolgewassen, wortelpeterselie en wortelkervel, engelwortel, lavas (maggiplant), valeriaan, bieten, aardappelen, zoete aardappel en cichorei waarvoor een wachttermijn van 90 dagen vereist is.
Gewasschade bij volg– of vervanggewassen is niet uit te sluiten.
Vernietiging van lege verpakkingen en spuitresten

De ledige verpakking van dit product dient met water gespoeld te worden door middel van een manueel systeem (enkele opeenvolgende malen schudden met water) of door middel van een reinigingssysteem met water onder druk dat op het sproeitoestel geplaatst is. Het bekomen spoelwater moet in de sproeitank gegoten worden. De aldus gespoelde verpakking moet door de gebruiker ingeleverd worden op een daartoe voorzien inzamelpunt (AgriRecover). De behandelingsoverschotten verdunnen en deze verspuiten op de reeds behandelde percelen. Vijvers, waterlopen of beken niet besmetten met het product of de lege verpakking. De verpakking mag in geen geval hergebruikt worden.
Raadgevingen voor de eerste hulp
Bij het inwinnen van medisch advies, de verpakking of het etiket ter beschikking houden.
Telefoon Antigifcentrum: 070/245 245.
Algemeen : bij onwel voelen een arts raadplegen (deze indien mogelijk dit etiket tonen).
Na inademing: de persoon in de frisse lucht brengen en ervoor zorgen dat deze gemakkelijk kan ademen. Bij onwel voelen het Antigifcentrum of een arts raadplegen.
Na contact met de huid: de huid met overvloedig water wassen. Indien de symptomen aanhouden, een arts waarschuwen.
Na contact met de ogen: als voorzorgsmaatregel de ogen met water uitspoelen. Contactlenzen verwijderen, indien mogelijk. Blijven spoelen. In geval van aanhoudende irritatie een oogarts raadplegen.
Na opname door de mond: mond met water spoelen. Bij onwel voelen een Antigifcentrum of een arts raadplegen.
Waarborg
Daar de bewaring, het transport en gebruik ervan aan onze controle ontsnappen en gezien wij evenmin alle omstandigheden kunnen voorzien, wijzen wij elke verantwoordelijkheid voor de bereikte resultaten en/of voor elke schade die zou voortvloeien uit de bewaring, het transport of de toepassing ervan, van de hand.
