
KARATE ZEON®
Insecticide, capsule suspensie (CS) op basis van lambda-cyhalothrin (100 g/L)
Vergunningsnummer voor parallelhandel: 1067P/P
Inhoud verpakking: 1 L - 5 L
Karate Zeon® is een gedeponeerd handelsmerk van SYNGENTA.
Gebruik en doses
Voederbieten* en suikerbieten* (*open lucht): Gewastype: alle.
Max. 3 toepassingen/teelt.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 20 m ten opzichte van oppervlaktewater met klassieke techniek.
Ter bestrijding van bladvretende rupsen: 0,075 l/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting. Wachttijd voor de oogst: 7 dagen.
Ter bestrijding van bietenvlieg: 62,5 ml/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting. Toepassingsstadium: 2 bladeren (1ste paar) ontvouwen - 9 of meer bladeren ontvouwen (BBCH 12-19).
Ter bestrijding van bietenaardvlooien: 62,5 ml/ha / bietenkever: 0,125 l/ha, 1 toepassing, bespuiting. Toepassingsstadium: opkomst: scheut komt tevoorschijn - 9 of meer bladeren ontvouwen (BBCH 09-19).
Aardappelpootgoedteelt* en aardappelen* (*open lucht): Gewastype: alle.
Max. 2 toepassingen/teelt.
Wachttijd voor de oogst: 7 dagen.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 10 m ten opzichte van oppervlaktewater met klassieke techniek.
Ter bestrijding van bladluizen: 0,075 - 0,1 l/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Ter bestrijding van coloradokever: 62,5 ml/ha, 1 toepassing, bespuiting.
Wortelen* en pastinaak* (*open lucht): Gewastype: alle.
Max. 4 toepassingen/teelt.
Wachttijd voor de oogst: 7 dagen voor bladluis en rups, 14 dagen voor wortelvlieg.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 10 m ten opzichte van oppervlaktewater met klassieke techniek voor bladluis en rups en 20 m voor wortelvlieg.
Ter bestrijding van bladluizen: 0,1 l/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Ter bestrijding van bladvretende rupsen: 0,075 l/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Ter bestrijding van wortelvlieg: 0,125 l/ha, 1 tot 4 toepassingen, bespuiting.
Cichorei (open lucht): Gewastype: productieveld.
Max. 2 toepassingen/teelt.
Wachttijd voor de oogst: 14 dagen.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 10 m ten opzichte van oppervlaktewater met klassieke techniek.
Ter bestrijding van bladluizen: 0,1 l/ha, 1 toepassing, bespuiting.
Ter bestrijding van trips: 0,075 l/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Ter bestrijding van bladvretende rupsen: 0,075 l/ha, 1 toepassing, bespuiting.
Spruitkool*, sluitkool* (witte, rode, kabuiskool, savooi- en spitskool), broccoli*, bloemkool* (witte en groene) (* open lucht): Gewastype: alle.
Max. 2 toepassingen/teelt.
Wachttijd voor de oogst: 7 dagen.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 10 m ten opzichte van oppervlaktewater met klassieke techniek.
Ter bestrijding van bladluizen: 0,1 l/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Ter bestrijding van bladvretende rupsen: 0,075 l/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Ter bestrijding van galmuggen: 0,075 l/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting. Toe te passen volgens de waarschuwingen.
Ter bestrijding van koolvlieg: 0,1 l/ha (0,125 l/ha in sluitkool), 1 tot 2 toepassingen, bespuiting. Toe te passen volgens de waarschuwingen.
Winterkoolzaad en raapzaad (open lucht): Gewastype: alle.
Max. 2 toepassingen/teelt.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 10 m ten opzichte van oppervlaktewater met klassieke techniek.
Ter bestrijding van koolzaadaardvlo: 62,5 ml/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting. Toe te passen in opkomst: kiembladeren komen tevoorschijn - 3 bladeren ontvouwen (BBCH 09-13)
Ter bestrijding van koolzaadsnuitkever en koolzaadglanskever: 62,5 ml/ha, 1 toepassing, bespuiting. Toe te passen wanneer bloemknoppen gevormd, nog omhuld door bladeren - 50 % van hauwen hebben finale lengte bereikt (BBCH 50-75). Toe te passen volgens de waarschuwingen. Max. 1 toepassing in BBCH 50-75. Wachttijd voor de oogst: 42 dagen.
Zomerkoolzaad en raapzaad (open lucht): Gewastype: alle.
Max. 1 toepassing/teelt.
Wachttijd voor de oogst: 42 dagen.
Toe te passen wanneer bloemknoppen gevormd, nog omhuld door bladeren - 50 % van hauwen hebben finale lengte bereikt (BBCH 50-75).
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 10 m ten opzichte van oppervlaktewater met klassieke techniek.
Ter bestrijding van koolzaadsnuitkever en koolzaadglanskever: 62,5 ml/ha, 1 toepassing, bespuiting. Toe te passen volgens de waarschuwingen.
Witloofwortelteelt (open lucht): Gewastype: alle.
Max. 2 toepassingen/teelt.
Wachttijd voor de oogst: 14 dagen.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 10 m ten opzichte van oppervlaktewater met klassieke techniek.
Ter bestrijding van bladluizen: 0,1 l/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Ter bestrijding van wantsen en bladvretende rupsen: 0,075 l/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Spinazie (open lucht): Gewastype: alle.
Max. 2 toepassingen/teelt.
Wachttijd voor de oogst: 7 dagen.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 10 m ten opzichte van oppervlaktewater met klassieke techniek.
Ter bestrijding van bladluizen: 0,1 l/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Ter bestrijding van wantsen en bladvretende rupsen: 0,075 l/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Ter bestrijding van aardrupsen: 0,075 l/ha, 1 tot 2 toepassingen met een interval van 10 dagen tussen de toepassingen, bespuiting.
Ter bestrijding van bietenvlieg: 62,5 ml/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Viciabonen (paarden-, duiven, tuin-, …) (drooggeoogst / groengeoogst, zonder peul) (open lucht): Gewastype: alle.
Max. 2 toepassingen/teelt.
Wachttijd voor de oogst: 7 dagen.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 10 m ten opzichte van oppervlaktewater met klassieke techniek.
Ter bestrijding van bladluizen: 0,075 l/ha, 1 tot 2 toepassingen met een interval van 7 tot 10 dagen tussen de toepassingen, bespuiting.
Ter bestrijding van trips, bladrandkever en bonenkevers: 0,063 l/ha, 1 tot 2 toepassingen met een interval van 7 tot 10 dagen tussen de toepassingen, bespuiting.
Stamslabonen* (prinsessen-, snijboon) (groengeoogst met peul) en drooggeoogste stamslabonen* (zonder peul) (* open lucht): Gewastype: alle.
Max. 2 toepassingen/teelt.
Wachttijd voor de oogst: 7 dagen voor drooggeoogste stamslabonen en 3 dagen voor stamslabonen.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 10 m ten opzichte van oppervlaktewater met klassieke techniek.
Ter bestrijding van bladluizen en bladvretende rupsen: 0,075 l/ha, 1 tot 2 toepassingen met een interval van 7 tot 10 dagen tussen de toepassingen, bespuiting.
Zomervlas (open lucht): Gewastype: alle.
Max. 2 toepassingen/teelt.
Wachttijd voor de oogst: 42 dagen.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 10 m ten opzichte van oppervlaktewater met klassieke techniek.
Ter bestrijding van trips: 0,075 l/ha, 1 toepassing, bespuiting.
Ter bestrijding van aardvlooien: 62,5 ml/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Suikermaïs (open lucht): Gewastype: alle. Toepassingsstadium: ≤ BBCH 11 (eerste blad ontvouwen).
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 10 m ten opzichte van oppervlaktewater met klassieke techniek.
Ter bestrijding van aardrupsen: 0,075 l/ha, 1 tot 2 toepassingen met een interval van 10 dagen tussen de toepassingen, bespuiting.
Maïs (behalve suikermaïs) (open lucht): Gewastype: alle.
Wachttijd voor de oogst: 7 dagen.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 10 m ten opzichte van oppervlaktewater met klassieke techniek.
Ter bestrijding van maïswortelboorder: 0,1 l/ha, 1 toepassing, bespuiting. Toe te passen volgens de waarschuwingen.
Knoflook* en uien* (drooggeoogste) (*open lucht): Gewastype: alle.
Wachttijd voor de oogst: 28 dagen.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 10 m ten opzichte van oppervlaktewater met klassieke techniek.
Ter bestrijding van aardrupsen: 0,075 l/ha, 1 tot 2 toepassingen met een interval van 10 dagen tussen de toepassingen, bespuiting.
Groengeoogste erwten* (met peul en zonder peul) en drooggeoogste erwten* (zonder peul) (*open lucht): Gewastype: alle.
Max. 2 toepassingen/teelt.
Wachttijd voor de oogst: 3 dagen voor groengeoogste erwten en 7 dagen in drooggeoogste erwten.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 10 m ten opzichte van oppervlaktewater met klassieke techniek.
Ter bestrijding van bladluizen: 0,075 l/ha, 1 tot 2 toepassingen met een interval van 7 tot 10 dagen tussen de toepassingen, bespuiting.
Ter bestrijding van erwtenpeulboorder en bladrandkever: 62,5 ml/ha, 1 tot 2 toepassingen met een interval van 7 tot 10 dagen tussen de toepassingen, bespuiting.
Ter bestrijding van trips: 62,5 ml/ha, 1 toepassing, bespuiting. Toe te passen in opkomst: scheut komt tevoorschijn - 5 bladeren (met steunbladeren) ontvouwen of 5 ranken gevormd (BBCH 09-15).
Aardbeiplanten (open lucht en onder bescherming): Gewastype: productieveld en selectie– en vermeerderingsveld.
Max. 2 toepassingen/teelt.
Wachttijd voor de oogst: 3 dagen voor productieveld.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 10 m ten opzichte van oppervlaktewater met klassieke techniek (open lucht).
Ter bestrijding van bladluizen en trips: 0,1 l/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Ter bestrijding van wantsen, bladvretende rupsen en Drosophila suzukii: 0,075 l/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Braamstruiken*, frambozenstruiken*, blauwe en rode bosbessenstruiken*, veenbessenstruiken*, aalbessenstruiken* (witte, rode en zwarte), stekelbessenstruiken (kruisbes) en kruisingen* en kiwibesplanten* (*open lucht): Gewastype: alle.
Max. 2 toepassingen/12 maanden.
Wachttijd voor de oogst: 7 dagen.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 20 m ten opzichte van oppervlaktewater met 50 % driftreducerende techniek.
Ter bestrijding van bladluizen: 0,075 l/ha haag, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Ter bestrijding van bladvretende rupsen en Drosophila suzukii: 0,05 l/ha haag, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Kersen– en kriekenbomen* en pruimenbomen* (*open lucht): Gewastype: alle.
Max. 2 toepassingen/12 maanden.
Wachttijd voor de oogst: 7 dagen.
Risicobeperkende maatregelen: bufferzone van 30 m ten opzichte van oppervlaktewater met 90 % driftreducerende techniek.
Ter bestrijding van bladluizen: 0,075 l/ha haag, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Ter bestrijding van bladvretende rupsen en Drosophila suzukii: 0,05 l/ha haag, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Ter bestrijding van bladrollers en mineermotten: 0,1 l/ha haag, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting.
Winter- en zomertarwe*, winter- en zomergerst*, winter- en zomerrogge*, winter- en zomerhaver*, winter- en zomertriticale* en winter- en zomerspelt* (*zaadproductie - open lucht): Gewastype: zaaizaadproductie.
Max. 2 toepassingen/teelt.
Risicobepalende maatregelen: bufferzone van 5 m ten opzichte van oppervlaktewater met klassieke techniek.
Ter bestrijding van bladluizen: Toepassen in opkomst: coleoptiel komt tevoorschijn - begin strekking: pseudostengel en stoelen opgericht, begin verlenging eerste internodium, top bloeiwijze minstens 1 cm boven uitstoelingsvlak (BBCH 09-30): 0,05 l/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting. Toe te passen volgens de waarschuwingen.
Ter bestrijding van galmuggen: Toepassen begin strekking: pseudostengel en stoelen opgericht, begin verlenging eerste internodium, top bloeiwijze minstens 1 cm boven uitstoelingsvlak - einde aarvorming: bloeiwijze volledig uit schede tevoorschijn (BBCH 30-59): 0,05 l/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting. Toe te passen volgens de waarschuwingen.
Ter bestrijding van bladluizen: Toepassen begin bloei: eerste helmknoppen zichtbaar - melkrijp (BBCH 61-77): 0,05 l/ha, 1 tot 2 toepassingen, bespuiting. Toe te passen volgens de waarschuwingen. Wachttijd voor de oogst: 30 dagen. (niet voor winter– en zomergerst)
Voor een volledige lijst van toegelaten gebruiken, raadpleeg volgende website : www. fytoweb.fgov.be
Gevarenaanduidingen
H302: Schadelijk bij inslikken.
H317: Kan een allergische huidreactie veroorzaken.
H332: Schadelijk bij inademing.
H410: Zeer giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen.
Aanvullende informatie
EUH401: Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor de menselijke gezondheid en het milieu te voorkomen.
Veiligheidsaanbevelingen
P261: Inademing van damp/spuitnevel vermijden.
P280: Beschermende handschoenen/beschermende kleding dragen.
P301+P330: NA INSLIKKEN: De mond spoelen.
P302+P352: Bij CONTACT MET DE HUID: met veel water en zeep wassen gedurende minstens 15 minuten.
P304+P340: NA INADEMING: de persoon in de frisse lucht brengen en ervoor zorgen dat deze gemakkelijk kan ademen.
P308+P311: NA (mogelijke) blootstelling: het ANTIGIFCENTRUM of een arts raadplegen.
P391: Gelekte/gemorste stof opruimen.
P411: Bij maximaal 40°C bewaren.
Andere vermeldingen
Uitsluitend bestemd voor PROFESSIONEEL gebruik.
Co-formulanten: 1,2-benzisothiazool-3(2H)-on (CAS: 2634-33-5).
SP1: Zorg ervoor dat u met het product of zijn verpakking geen water verontreinigt.
SPa1: Om resistentieopbouw te voorkomen moet u dit product afwisselen met producten met een ander werkingsmechanisme. De IRAC code voor het werkingsmechanisme van de werkzame stof van dit product is 3A.
SPe3: Om in het water levende organismen te beschermen mag u in een bufferzone ten opzichte van oppervlaktewater niet behandelen (zie risicobeperkende maatregelen).
SPe8: Gevaarlijk voor bijen en andere bestuivende insecten. Het product moet toegepast worden vroeg in de morgen of laat in de avond.
SPo: Na de behandeling de percelen/oppervlakken pas opnieuw betreden nadat de spuitvloeistof is opgedroogd.
De toegelaten dosis is de laagste dosis waarbij de beste werkzaamheid wordt gewaarborgd in de meeste gevallen. Deze dosis kan worden verlaagd onder verantwoordelijkheid van de gebruiker. Bij verlaging van de dosis is het niet toegelaten het maximale aantal toepassingen te verhogen, noch de wachttermijn(en) te verkorten.
Draag steeds basisbeschermingskledij die armen en benen bedekt (indien geen specifieke beschermkledij vereist is), chemisch bestendige handschoenen en vloeistofdichte schoenen of laarzen bij het hanteren en toepassen van gewasbeschermingsmiddelen.
Vernietiging van lege verpakkingen en spuitresten

De zorgvuldig geledigde verpakking van dit product dient met water gespoeld te worden, ofwel manueel (enkele opeenvolgende malen schudden) ofwel met behulp van een reinigingssysteem met water onder druk dat op het spuittoestel geplaatst is. Het bekomen spoelwater moet in de spuittank worden gegoten. De aldus gespoelde verpakking moet door de gebruiker ingeleverd worden op een daartoe voorzien inzamelpunt. Spuitoverschotten ca. 10 maal verdunnen en verspuiten op het reeds behandeld perceel volgens de gebruiksvoorschriften. Vijvers, waterlopen of grachten niet vervuilen met het product of de lege verpakking. In geen geval mag de lege verpakking opnieuw gebruikt worden voor andere doeleinden. Om spuitoverschotten na de behandeling te vermijden, moet de benodigde hoeveelheid spuitvloeistof nauwkeurig worden berekend aan de hand van de te behandelen oppervlakte en het debiet per hectare.
Raadgevingen voor de eerste hulp
Algemeen: hou de verpakking van het product, het etiket of het veiligheidsinformatieblad bij de hand als contact opgenomen wordt met Antigifcentrum, arts of voordat met de behandeling begonnen wordt.
Inademing: slachtoffer in frisse lucht brengen. Bij onregelmatige ademhaling of ademstilstand kunstmatige beademing toepassen. Slachtoffer warm en rustig houden. Onmiddellijk een arts of Antigifcentrum waarschuwen.
Aanraking met de huid: verontreinigde kleding uittrekken. Afwassen met veel water. Als de huidirritatie voortduurt, een arts raadplegen. Verontreinigde kleding wassen voor hergebruik.
Aanraking met de ogen: onmiddellijk spoelen met veel water, ook onder de oogleden, gedurende minstens 15 minuten. Contactlenzen uitnemen. Onmiddellijke medische zorg is noodzakelijk.
Inslikken: In geval van inslikken onmiddellijk een arts raadplegen en verpakking of etiket tonen. GEEN braken opwekken.
Tel. Antigifcentrum: 070/245 245.
UFI: K63R-WV37-420A-H6YV
Advies voor de geneesheer
Verschijnselen: aspiratie kan longoedeem en longontsteking ontstaan. Paresthesia effecten (jeuk, tinteling, branderigheid en gevoelloosheid) veroorzaakt door blootstelling aan de huid zijn van voorbijgaande aard en kunnen 24 uren duren.
Behandeling: braken niet opwekken: bevat petroleumdestillaten en/of aromatische oplosmiddelen. Symptomatisch behandelen.
